Auteur: Dick Alblas

  • Uitspraak Nevele-arrest en de gevolgen voor vergunningen van windturbines in Nederland

    Uitspraak Nevele-arrest en de gevolgen voor vergunningen van windturbines in Nederland

    Op dinsdag 6 april 2021 vond bij de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State de bespreking plaats van de mogelijke gevolgen voor de Nederlandse situatie van het Nevele-arrest van 25 juni 2020 van het Hof van Justitie te Luxemburg. Die behandeling van Unierechtelijke vraagstukken vond mede plaats naar aanleiding van de opgeworpen vragen in de zaak die speelt in Goyerbrug, gemeente Houten.

    Op dinsdag 15 juni 2021 vond de inhoudelijke vervolgbehandeling plaats van niet-Unierechtelijke vragen in het Goyerbrugdossier, zoals op het punt van geluid en gezondheid, de mogelijke relatie daartussen, slagschaduw, externe veiligheid en vele andere onderwerpen. Op het onderdeel ‘geluid’ gaf deskundige Dr. Ir. J.A.P.M. de Laat, verbonden aan het LUMC in Leiden, een uiteenzetting over de actuele stand van zaken. Prof. Dr. Dr. L. Feenstra, emeritus hoogleraar te Rotterdam, deed dat op het onderdeel ‘gezondheid’. Beide bijdragen waren uiterst waardevol en beschreven de stand van zaken van dit moment.

    Uit die uiteenzettingen werd tevens duidelijk dat er enerzijds een verband kan worden aangenomen tussen windturbinegeluid en gezondheid – zoals al eerder aangegeven in de rapportage uit januari 2021 over ‘voorkom het windturbinesyndroom‘  en anderzijds nog veel verdiepend onderzoek nodig is om de bestaande kennishiaten te dichten.

    Nu mede uit de Strategische Milieu Beoordelingsrichtlijn  (2001/42/EG) volgt dat het juridisch voorzorgsbeginsel dient te worden gehanteerd, kan op goede grond worden betoogd en volgehouden dat er geen vergunningen voor windturbines mogen worden afgegeven voordat vooraf en met wetenschappelijke zekerheid is vastgesteld dat de gezondheid en de leefomgeving van de mens wordt beschermd of verbeterd. Verslechteren mag dus niet. De overheid en rechter dienen de burger daartegen effectief te beschermen. Het nalaten daarvan is niet alleen niet duurzaam maar vormt een ontoelaatbare inbreuk op grondrechten en het recht op bescherming van een ongestoord gezinsleven. Eén en ander klemt te meer nu de turbines steeds hoger worden en steeds dichter in de buurt van bebouwing en gevoelige objecten worden gerealiseerd. Het vraagstuk is urgent.

    Uit onder andere het Raadsadres Gemeente Amsterdam van 29 maart 2021 en de website windwiki.nl blijkt dat steeds meer medici de geconstateerde klachten en zorgen uiterst serieus nemen en zich inspannen hun bevindingen te objectiveren en te delen. Dat is van belang nu de situatie in Nederland in veel opzichten wezenlijk verschilt van die in het buitenland. Intussen dreigen hier wel onomkeerbare situaties en schade te ontstaan.

    De recente RIVM-rapportage Klimaatakkoord: effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in Nederland (2021-0054 van 28 mei 2021) sluit aan bij de bevindingen en conclusies van genoemde deskundigen. Daarbij is intussen ook duidelijk dat er meer effecten zijn en dat die effecten niet beperkt zijn tot enkele (ernstige) hinderbeleving. Die effecten zitten bepaald ook niet alleen ’tussen de oren’.

    Het is nu wachten op de uitspraak van de Raad van State. Deze is aangekondigd op een termijn van 6 weken en zoveel langer als daarvoor nodig is, te rekenen vanaf 15 juni 2021. Het Hof van Justitie doet al jaren duidelijke uitspraken over de bescherming van de burger, diens rechten en diens gezondheid. Het wordt de hoogste tijd dat die regels nu ook daadwerkelijk in Nederland toepassing worden nageleefd en toepassing vinden.

    Mr Peter A. de Lange

    Voor deskundig juridisch advies en bijstand bereikbaar via: Mr Peter A. de Lange

  • WHOA, problematische schulden en de ‘wereld na Corona’

    WHOA, problematische schulden en de ‘wereld na Corona’

    De wereld na Corona’ is inmiddels een veel gehoorde frase. Of die er komt en zo ja, wanneer weet niemand. Wat we na een jaar wel weten is dat er voor vele branches grote problemen zijn ontstaan en de schulden zich opstapelen. De aangekondigde golf van faillissementen is gelukkig nog uitgebleven. Het lijkt alleen wel meer een kwestie van uitstel dan van afstel.

    Financiële regelingen
    De lijst met financiële regelingen wordt almaar langer. Toch zal er een einde moeten komen aan het infuus van de overheid. En wat dan, is de vraag.

    Niemand lijkt daar een passend antwoord op te hebben, ook de overheid niet. Wel worden de eerste proefballonnen opgelaten.  In april 2021 bepleitte bestuursvoorzitter Laura van Geest van de AFM dat de Belastingdienst maatwerk moet tonen richting bedrijven inclusief mogelijke kwijtschelding van schulden. De Belastingdienst zou, volgens Van Geest, een soort ‘afdeling bijzonder beheer’ moeten optuigen om bedrijven straks snel ‘duidelijkheid te bieden en op weg te helpen’. Die intenties zeggen de grootbanken ook altijd te hebben wanneer de afdeling bijzonder beheer om de hoek komt kijken. In de praktijk betekent het vooral oppassen geblazen, want ‘the end is near’!

    Ondernemer is zelf aan zet
    U zult als ondernemer uiteraard zelf uw koers moeten bepalen en niet langer kunnen wachten op de overheid. Wachten op nadere maatregelen of ‘hopen’ dat de steunregelingen verlengd gaan worden lijkt niet de beste strategie.

    De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA)
    Er zijn echter wel degelijk mogelijkheden. Sinds 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) van kracht. De WHOA was voor corona al in de maak en kan van groot belang worden voor de door corona ontstane problematiek. De WHOA beidt specifiek de mogelijkheid een faillissement te voorkomen en een problematische schuldenlast te herstructureren. De onderneming kan dan verder met de – in beginsel – rendabele bedrijfsactiviteiten, met achterlating van een substantieel deel van de schuldenlast.

    Zijn crediteuren beter af met het akkoord of met het faillissement
    De primaire afweging die gemaakt moet worden luidt: komen partijen – de crediteuren – door het (gedwongen) akkoord in een betere financiële positie dan bij een eventueel faillissement. Zeker concurrente schuldeisers krijgen bij een faillissement veelal niets. Dat gegeven afwegende is zo’n akkoord mogelijk zo gek nog niet voor een crediteur.

    Voorzieningen in de WHOA
    De WHOA biedt ook diverse aanvullende mogelijkheden c.q. voorzieningen. Zo kunnen schuldeisers door middel van een afkoelingsperiode gedwongen worden pas op de plaats te maken en hun executiemaatregelen op te schorten. Ook kunnen lopende (duur)overeenkomsten – bijvoorbeeld huur – na toestemming door de rechter eenzijdig worden opgezegd of beëindigd.

    Herstructureringsadvies
    Voor de diverse branches, die nu (nog) aan het infuus van de overheid liggen, biedt de WHOA wellicht een uitweg uit de ontstane problemen. Anderzijds kunt u als crediteur juist geconfronteerd worden met een wat u betreft onredelijk voorstel of heeft u twijfels bij de haalbaarheid van het akkoord. Wij adviseren u graag over deze WHOA-materie in al zijn facetten en verkennen met u het begin van een mogelijke oplossing van uw probleem.

    Heeft u vragen over de WHOA of andere herstructureringsvraagstukken neemt u dan contact op met Christian Doolaard of een van onze andere specialisten.

    Neem voor meer informatie contact op met Mr Christian Doolaard of een van onze andere herstructureringsspecialisten via ons telefoonnummer of per e-mail: info@vdladvocaten.nl

  • Schaduwkant van compliance

    Schaduwkant van compliance

    Kantoorgenoot Mr. Dick Alblas, kerndocent Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme aan de Universiteit van Amsterdam, schreef een bijdrage voor het vakblad van de verzekeraars, de Beursbengel, over de schaduwkant van compliance.

    De bestrijding van witwassen is de afgelopen jaren een kernverantwoordelijkheid geworden voor zowel financiële instellingen als ook een topprioriteit bij toezichthouders en handhavers. Daarmee is het voor banken, verzekeraars en intermediairs een onderwerp dat prominent op de bestuursagenda zal staan. Tegelijkertijd verdient het een vurig pleidooi om bij de versterkte aandacht voor de rol van de poortwachters niet weg te kijken van diegenen die doelbewust misbruik maken van de financiële sector om hun crimineel verworven vermogen te verplaatsen of aan te wenden. Er moet evenwicht bestaan in de aanpak van compliance en de aanpak van het echte geboefte. Met een overmatige druk op handhaving en toezicht op poortwachters zullen uit vrees voor de toezichthouders te veel ‘goeden’ onder de ‘kwaden’ gaan lijden. Het verdient onze blijvende aandacht.

    Lees hier zijn bijdrage: Schaduwkant van compliance

    Neem voor meer informatie en vragen over compliance en handhavingsvraagstukken contact op met Mr. Dick Alblas 

  • Model intrekkingsbrief vergunningen windturbines

    Model intrekkingsbrief vergunningen windturbines

    Op 6 april 2021 vindt de mondelinge behandeling plaats van de mogelijke gevolgen van het Nevele-arrest (C-24-19) door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Onder andere in verband met die uitspraak is het mogelijk het bevoegd gezag of de bevoegde gezagen reeds nu te vragen om intrekking van reeds eerder verleende vergunningen. Een tekst daarvoor treft u onderstaand aan. Deze tekst mag vrij gebruikt worden.

    Op basis van de inhoud van de modeltekst kan, uiteraard ook al voordat vergunningverlening aan de orde of in aanvraag is, het bevoegd gezag of kunnen de bevoegde gezagen uitdrukkelijk gewezen worden op met name de onverenigbaarheid met het Unierecht. Waar nodig kan daaraan thans voor alsdan een aansprakelijkheidsstelling aan verbonden worden. De bevoegde gezagen dragen dan wetenschap en er is een schot voor de boeg gegeven op het punt van mogelijke aansprakelijkheid.

    Het artikel over het aangetoonde verband tussen windturbines en mogelijke gezondheidsschade vindt u hier op onze website.

    Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Mr Peter de Lange

    Modeltekst:

    “”
    Aan het bevoegd gezag

    Geacht

    Bij besluit van XXX  heeft u als bevoegd gezag het bestemmingsplan gewijzigd en /of (een) omgevingsvergunning(en) verleend voor het realiseren en exploiteren van windturbines in XXX.
    De Raad van State heeft in de uitspraak van XXX (ECLI:NL:RVS:XXX:XXX) het hoger beroep  ongegrond verklaard en de vergunningen aangepast c.q. in stand gehouden, zoals blijkt uit de uitspraak.

    Ik wijs u er op dat het Hof van Justitie van de Europese Unie te Luxemburg op 25 juni 2020 in de zaak Aalter en Nevele (ECLI:EU:2020:503) opnieuw en verstrekkender heeft uitgemaakt dat plannen en programma’s met aanzienlijke milieugevolgen op straffe van nietigheid vooraf planMER getoetst dienen te worden. Dat betekent kort gezegd voor de situatie hier te lande dat het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling vooraf die toetsing hadden moeten ondergaan. Dat is echter niet gebeurd. Dat betekent dat een rechtsgeldig toetsingskader voor de realisatie en exploitatie van het beoogde windpark ontbreekt en derhalve het beoogde windpark niet vergund noch gerealiseerd mag worden.

    Ook de Raad van State heeft in deze uitspraak van het Hof inmiddels aanleiding gezien daarover expliciet vragen te stellen aan partijen in lopende bodemprocedures. De mondelinge behandeling daarvan vindt plaats / heeft plaatsgevonden op dinsdag 6 april 2021.

    In het licht van de vaste en steeds verder aangescherpte rechtspraak van het Europese Hof is aannemelijk dat de vaste rechtspraak van de Raad van State op dit punt niet langer houdbaar is, want rechtstreeks in strijd met het Europese recht.

    De norm die uit de Strategische Milieubeoordelingsrichtlijn volgt is dat een plan of programma met aanzienlijke milieugevolgen slechts dan mag worden vergund als vooraf met wetenschappelijke zekerheid is vastgesteld dat de gezondheid van de mens en diens leefomgeving wordt beschermd of verbeterd. Dit ziet zowel op de volksgezondheid als op de persoonlijke gezondheid van individuele omwonenden. Met mogelijke aantasting van de gezondheid van omwonenden wordt bovendien inbreuk gemaakt op de grondrechten van cliënten.

    Nu feit van algemene bekendheid is dat ten minste 9% van alle omwonenden ernstige hinder en overlast van windturbines ervaart en mogelijk gezondheidsschade ondervindt, betekent dit dat vergunningverlening feitelijk al niet reëel mogelijk is. Hinder en overlast toebrengen aan buren en omwonenden kwalificeert bovendien ook civielrechtelijk als onrechtmatig en is in strijd met het burenrecht (artikel 5:37 BW).

    In januari 2021 is bijgaand wetenschappelijk rapport verschenen. Daaruit blijkt dat er een verband is tussen windturbines en mogelijke gezondheidsschade.

    Omwonenden hebben voorts niet kunnen vaststellen dat er een transparante procedure is opengesteld en gevolgd met behulp waarvan een gelijk speelveld is gecreëerd voor alle potentieel belanghebbenden. Daarmee wordt ontoelaatbaar rechtstreeks in strijd gehandeld met Unierechtelijke en nationale mededingingsnormen, die in acht moeten worden genomen bij de eventuele verlening van schaarse vergunningen als waarvan in dit geval sprake is.

    Voorts wordt evenmin voldaan aan de eisen die volgen uit het Verdrag van Aarhus / Richtlijn 2011/92 E – geschreven om bij te dragen aan de bescherming van het recht in een milieu te leven dat passend is voor persoonlijke gezondheid en welzijn – omdat niet, althans niet volledig, aan de in dat Verdrag en in die richtlijn genoemde vereisten wordt voldaan, in het bijzonder niet aan artikel 7 daarvan (inspraak betreffende plannen, programma’s en beleid betrekking hebbende op het milieu).

    Alleen al uit het voorgaande volgt dat de gevolgde procedure en besluitvorming ondeugdelijk en onhoudbaar is. Op grond daarvan verzoek ik u namens cliënte hierdoor dan ook de verleende vergunning(en) voor realisatie en exploitatie van het windpark in te trekken en ingetrokken te houden.

    Graag ontvang ik uw bevestiging van de goede ontvangst van dit e-mailbericht en de behandeling daarvan.

    Voor zover nodig moet ik ook reeds nu wijzen op mogelijke aansprakelijkheid voor het rechtens onjuist (doen) besluiten en (laten) realiseren van windturbineparken, in casu specifiek met betrekking tot turbines van het windpark. Het is goed dit nu onder uw aandacht te brengen zodat er voor zover nog mogelijk verder geen onomkeerbare stappen worden gezet, zoals bijvoorbeeld het kappen van bomen voor de aanleg van bouwwegen, heien en storten van beton voor de funderingen en het verstoren van natuur(waarden), etcetera.

    “”

     

  • DGA en accountant wees gewaarschuwd bij een dividenduitkering met verrekening in rekening-courant ten tijde van zwaar weer!

    DGA en accountant wees gewaarschuwd bij een dividenduitkering met verrekening in rekening-courant ten tijde van zwaar weer!

    Een dividenduitkering met verrekening van een rekening-courantpositie op het moment dat de onderneming in zwaar weer verkeerd kent risico’s. Niet alleen voor de dga en bestuurder van de vennootschap levert dit risico’s op. Ook op de accountant / adviseur van de dga rust een zware verantwoordelijk. Zo oordeelde de rechtbank Rotterdam onlangs in een door kantoorgenoot Mr B.C. Doolaard namens de curator aangespannen procedure tegen de dga.

    Met het gewraakte dividendbesluit en de verrekening in rekening-courant werd een substantiële vordering prijsgegeven op de beheervennootschap. In de beheervennootschap bevond zich nog onroerend goed met overwaarde. Het onroerend goed maakte dat de prijsgegeven vordering daadwerkelijk een aanzienlijke waarde vertegenwoordigde, aldus de rechtbank. De rechtbank concludeerde dat de dga op grond van artikel 2:216 BW aansprakelijk is voor het tekort dat door het dividendbesluit is ontstaan. Hij heeft met de uitkering een onverantwoord risico genomen waarbij de exploitatievennootschap geen belang had. De beheervennootschap is nadien overigens ook gefailleerd.

    In de vrijwaringszaak oordeelde de rechtbank dat de accountant de dga erop had moet wijzen, dat een uitkering alleen mag plaatsvinden indien aan de uitkeringstest wordt voldaan. De accountant dient zijn cliënt echter ook te waarschuwen voor aansprakelijkheidsrisico’s. Deze waarschuwing zal indringender en concreter moeten zijn naarmate de aan de accountant bekende financiële problemen groter zijn. Door de dga niet voor de aansprakelijkheidsrisico’s te waarschuwen is het accountantskantoor tegenover de dga aansprakelijk voor de door hem geleden schade.

    Kortom: dga’s en accountant wees gewaarschuwd bij een dividenduitkering met verrekening in rekening-courant ten tijde van zwaar weer!

    Lees hier het vonnis van de rechtbank.

    Voor meer informatie over ondernemen in zwaar weer neem contact op met Mr B.C. Doolaard

    Voor meer informatie over accountant en aansprakelijkheid neem contact op met Mr D. Alblas

  • Regels windturbines in strijd met Europees Recht (III)

    Regels windturbines in strijd met Europees Recht (III)

    Zoals in eerdere nieuwsberichten al aangegeven heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Nevele (C-24-19) arrest gewezen. Daarbij heeft het Hof zich uitgesproken over de uitlegging van de SMB-richtlijn 2001/42 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s. De vigerende jurisprudentie van de Raad van State op dit punt – met name kenbaar uit onderdeel 29 en volgende (inzake Windlocatie Battenoord met verwijzing naar D’Oultremont – zie ECLI:NL:RVS:2019:1064 lijkt hiermee definitief in een ander daglicht zijn komen te staan.

    Bij brief van RvS d.d. 22 december 2020 heeft de Raad van State in verband met het Nevele-arrest een vijftal vragen geformuleerd. De vragen 1, 2 en en 5 zijn woordelijk gelijk aan een vergelijkbare behandeling van genoemde zaak met betrekking tot D’Oultremont. De vragen 3 en 4 zijn nieuw.

    Namens appellanten in de zaak tegen de gemeente Houten is puntsgewijs een reactie geformuleerd. Deze reactie treft u hier aan. De conclusie is dat het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling kwalificeren als ‘plan’ of ‘programma’ in de zin van de SMB-richtlijn en vooraf MER-getoetst hadden dienen te worden in verband met de aanzienlijke milieugevolgen. Dat is niet gebeurd, zodat er sprake is van nietigheid of van vernietigbaarheid.

    De Raad van State heeft datum behandeling vastgesteld op dinsdag 6 april 2021 vanaf 10.00 uur. In verband met coronamaatregelen is de zitting slechts beperkt toegankelijk. De Raad van State heeft aangekondigd dat de zaak via een livestream te volgen zal zijn. Kijk daarvoor op de website van de Raad van State. De zaak is 6 april 2021 live te volgen via deze link.

    Voor meer informatie kunt u zich wenden tot Mr Peter A. de Lange.

  • “Laat kerken voorbereid zijn op noodsituatie na avondklok”

    Interview met kantoorgenoot Dick Alblas

    Uitzonderlijke omstandigheden vragen om een uitzonderlijke toepassing van het recht, stelt mr. Dick Alblas in reactie op de nieuwe maatregelen. Tegelijk is hij blij dat afgelopen dagen aandacht is gevraagd voor de positie van geestelijk verzorgers en predikanten nu het noodrecht in werking wordt gesteld. „Zij kunnen met een eigen verklaring en, voor zover in loondienst, met een werkgeversverklaring tijdens de avondklok wel hun noodzakelijke werk verrichten”, zegt de medeoprichter van het Kenniscentrum voor Kerkrecht en advocaat bij Vos & De Lange Advocaten te Barendrecht.

    Link naar de verklaringen: