Blog

  • Wij zijn weer goed bereikbaar!

    De storing in onze telefooncentrale is opgelost. Aan onze website wordt gewerkt.

    Wij zijn weer normaal bereikbaar op +31 (0)180 695 115. U kunt ook mailen met de advocaten rechtstreeks of via info@vdladvocaten.nl

    The issue with our telephone system has been resolved. Work is underway to fix the issue with our website. We can currently be reached at +31 (0)180 695 115. You can also email the lawyers directly or contact us via info@vdladvocaten.nl.

    Dank voor uw geduld.

    Thank you for your patience.

    secretariaat Vos & De Lange
    secretary office Vos & De Lange

  • Uitspraken Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 18 september 2024

    Uitspraken Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 18 september 2024

    Op woensdag 18 september 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in twee zaken uitspraak gedaan over intrekkingsverzoeken voor verleende vergunningen met betrekking tot windparken (ECLI:NL:RVS:2024:3744 en ECLI:NL:RVS:2024:3745), dit in vervolg op de zitting van 24 november 2023.

    De Afdeling heeft met name over vragen van juridische aard in het licht van het Unierecht geoordeeld. Daarbij heeft de Afdeling afgezien van het stellen van prejudiciële vragen.

    In dit document vindt u de juridische beoordeling van de uitspraken. In de kern komt het erop neer dat zolang de SMB-richtlijn hier te lande door de Nederlandse overheid als Europese lidstaat niet correct is geïmplementeerd (een verplichting uit het loyaliteitsbeginsel) en de nuttige doorwerking daarvan niet in voldoende mate is verzekerd (een verplichting uit het doeltreffendheidsbeginsel) de bevoegde nationale autoriteiten, inclusief de nationale rechterlijke instanties, verplicht zijn om alle noodzakelijke maatregelen te treffen om het verzuim van een milieubeoordeling te herstellen. Een vergunning dient bijvoorbeeld te worden ingetrokken, vernietigd, nietig verklaard of opgeschort.

    Dat Unierecht dient met voorrang te worden toegepast. Dat brengt met zich dat het nalaten dat Unierecht te implementeren en de doorwerking te verzekeren er geen beroep kan worden gedaan op procedurele autonomie van de lidstaat en op (proces)regels van nationaal recht. Nationale rechterlijke instanties zijn immers niet bevoegd om aan de nationale bepalingen voorrang te geven boven het Unierecht waarmee zij in strijd zijn, al was het maar tijdelijk. Dan zou immers afbreuk worden gedaan aan de uniforme toepassing van het Unierecht.

    Het voorgaande betekent dat zolang de onrechtmatigheid in een zaak voortduurt en de nuttige doorwerking van de richtlijn wordt beperkt er geen sprake is van onherroepelijk besluitvorming of formele rechtskracht.

    Voor meer informatie kunt u met mij contact opnemen via: Peter A. de Lange

  • Van Lanschot compenseert klanten na uitspraak Kifid

    Van Lanschot compenseert klanten na uitspraak Kifid

    Op 31 maart 2020 heeft de Commissie van Beroep van het Kifid (hierna: ‘Commissie’) geoordeeld dat de berekening van de vergoeding voor renteconversie in bepaalde gevallen niet juist is uitgevoerd door Van Lanschot. Vos & De Lange Advocaten stond de cliënt in deze procedure bij. De Commissie heeft in haar uitspraak het oordeel van de Geschillencommissie van het Kifid bevestigd, zij het dat het in die bindend advieskwestie nog primair ging om de uitleg van de AFM Leidraad voor vervroegde aflossing van de hypotheek. Uit de uitspraak volgt dat Van Lanschot de rentevergoeding zowel niet in overeenstemming met de AFM Leidraad, maar ook niet conform de tussen de bank en cliënt bestaande overeenkomst heeft berekend. In de kern gaat het om de door Van Lanschot bij de berekening van de rentevergoeding (in de praktijk ook wel de ‘boeterente’ genoemd) ten onrechte niet betrokken risico-opslag op de rente over de resterende looptijd van de lening. Die risico-opslag maakt onderdeel uit van de rente en mag niet buiten beschouwing blijven, zo oordeelt de Commissie. De uitspraak heeft verstrekkender gevolgen, niet alleen voor Van Lanschot maar ook andere banken, die de afgelopen jaren te hoge rentevergoedingen in rekening hebben gebracht.

    Van Lanschot heeft inmiddels besloten de (voormalige) klanten te compenseren (zie de website van Van Lanschot).

    De nu aangekondigde compensatieregeling is echter nog een te beperkte toepassing van de uitspraak van de Commissie. Van Lanschot meent dat zij slechts vanaf 14 juli 2016, de datum waarop de Hypothekenrichtlijn is geïmplementeerd in artikel 7:127 lid 3 BW, compensatie is verschuldigd. Artikel 7:127 lid 3 BW biedt een civielrechtelijke norm voor de hoogte van de vergoeding bij vervroegde aflossing. In een eerdere uitspraak heeft de Geschillencommissie geoordeeld dat die norm, gelet op artikel 211b Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, niet geldt ten aanzien van vóór 14 juli 2016 gesloten hypotheken. Voor die hypotheken zou de bank binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid naar eigen inzicht voorwaarden mogen stellen. De Commissie van Beroep heeft echter expliciet bepaald dat bij twijfel over de uitleg van de contractsvoorwaarden te allen tijde de voor de Consument gunstigste berekening dient te worden gevolgd.

    (…) 6.7 Bij de uitleg van de tussen de Bank en de Consument overeengekomen bepalingen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs daaraan mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Ingevolge artikel 6:238 lid 2 BW moeten bedingen in consumentenovereenkomsten duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld en komt bij twijfel over de betekenis van een beding voorrang toe aan de uitleg die voor de Consument het gunstigste is. (…)

    Ook voor renteconversie geldt sinds 1 juli 2019 de expliciete norm van artikel 81ca BGfo. Deze norm houdt in dat de bank geen hogere rentevergoeding rekent dan het financiële nadeel dat de bank heeft door het wijzigen van deze rentevoet.

    Het is goed dat Van Lanschot de uitspraak van de Commissie van Beroep ook van toepassing acht op de berekening bij vervroegde aflossing, terwijl de Commissie van Beroep haar uitspraak nog slechts beperkte voor de gevallen van renteconversie. Echter de reikwijdte van de uitspraak is verstrekkender dan alleen Van Lanschot en ook wat betreft de compensatieregeling die zij nu voorstelt.

    Heeft u in de afgelopen jaren uw hypotheek vroegtijdig afgelost of tussentijds uw rente herzien en bent u het niet eens met de berekening van de bank, neem dan contact op met onze specialisten: Mr Peter A. de Lange of Mr Dick Alblas